We waren de grens nog niet over. Toch?
We gingen naar het toilet bij de benzinepomp. Bij de ingang stond een rijzige vrouw in wit uniform. Slavische trekken, donker, kort haar. Op haar naambordje stond iets dat eindigde op -ova.
- We zijn toch nog in Nederland? vroeg ik vertwijfeld.
Ze keek me aan, maar antwoordde niet.
- Sind wir schon in Deutschland? probeerde ik.
Weer geen reactie. Vast een Oosteuropese die Nederlands noch Duits spreekt. Hierheen gekomen om onze toiletten schoon te houden en 50 ct per klant te vangen.
De wc was onberispelijk. Schoner dan thuis. Zo her en der stonden bloemetjes en plantjes, maar niet zo veel dat je er niet goed van werd.
- Tschüss! zei ze trots toen we terugliepen naar de auto.
Als je dan toch toiletjuf bent, dan kun je maar beter de beste van de wereld zijn. Het lijkt me zó'n lekker haalbaar doel dat ik bijna zou willen ruilen.
maandag, januari 08, 2007
zondag, januari 07, 2007
BV JACOBO
"Het probleem met ons", zegt Corry, "is dat wij niks willen." Corry wil graag dat er een probleem is met ons. Ze wil verklaren hoe het komt dat wij met al onze talenten en charmes volstrekte nobodies zijn in het Nederland van 2007. Het Nederland van welk jaar dan ook, eigenlijk.
Zodra je wat wilt, al is het nog zo stupide, ben je iemand. Wij deinen maar wat mee op toevallig langskomende golven.
"Ik wil me goed voelen", werp ik tegen.
"Maar dat is niets, Bonny! Daar heeft nog nooit iemand het ver mee geschopt."
We moeten dus iets willen worden of doen. Daarom denken we erover een bedrijfje op te zetten. Corry heeft een gat in de markt ontdekt. Ik zeg niet wat het is, want dan gaan anderen het ook doen, hoewel het ook weer niet zo gemakkelijk is, je moet er wel doctorandus voor zijn. Jan doet ook mee of liever gezegd: Jan is het kloppend hart van de onderneming.
Het zal ons eigenheid geven. Wij verwachten een grote toestroom van bewonderaars.
Zodra je wat wilt, al is het nog zo stupide, ben je iemand. Wij deinen maar wat mee op toevallig langskomende golven.
"Ik wil me goed voelen", werp ik tegen.
"Maar dat is niets, Bonny! Daar heeft nog nooit iemand het ver mee geschopt."
We moeten dus iets willen worden of doen. Daarom denken we erover een bedrijfje op te zetten. Corry heeft een gat in de markt ontdekt. Ik zeg niet wat het is, want dan gaan anderen het ook doen, hoewel het ook weer niet zo gemakkelijk is, je moet er wel doctorandus voor zijn. Jan doet ook mee of liever gezegd: Jan is het kloppend hart van de onderneming.
Het zal ons eigenheid geven. Wij verwachten een grote toestroom van bewonderaars.
donderdag, december 14, 2006
Heel verdrietig
Zijn wij wel weerbaar genoeg voor deze maatschappij? Oké, we hebben centrale verwarming, genoeg eten, goede vrienden, fijne hobby's, maar het leven van alledag is een eenzame strijd.
Coco, ba in de filosofie, ma in de biologie, stapt een uitzendbureau binnen.
Ze ziet er goed uit, zelfs beter dan anders.
Achter een bureau zit een jong -jonger nog dan Corry-, zeer verzorgd, vrouwelijk persoon.
Ze leest Coco's cv. Ze kijkt heel ernstig, ze zal wel onder de indruk zijn.
Ze schudt haar hoofd.
- Ik word hier héél verdrietig van, zegt ze.
- Verdrietig? vraagt Coco
- Ik zie geen enkele commerciële ervaring. Nee, ik word hier echt heel verdrietig van. Ik kan niks voor je doen.
En Coco? Die ging niet meteen door het lint. Ze bedankte zelfs beleefd voor ze het uitzendbureau uitliep.
De vernederingen die ons ten deel vallen, laten lelijke littekens achter op onze ziel. En in de alcohol vinden wij steeds minder troost. We kunnen ook niet zo veel meer op. De aanname dat het alleen maar erger zal worden lijkt me dan ook gerechtvaardigd.
Coco, ba in de filosofie, ma in de biologie, stapt een uitzendbureau binnen.
Ze ziet er goed uit, zelfs beter dan anders.
Achter een bureau zit een jong -jonger nog dan Corry-, zeer verzorgd, vrouwelijk persoon.
Ze leest Coco's cv. Ze kijkt heel ernstig, ze zal wel onder de indruk zijn.
Ze schudt haar hoofd.
- Ik word hier héél verdrietig van, zegt ze.
- Verdrietig? vraagt Coco
- Ik zie geen enkele commerciële ervaring. Nee, ik word hier echt heel verdrietig van. Ik kan niks voor je doen.
En Coco? Die ging niet meteen door het lint. Ze bedankte zelfs beleefd voor ze het uitzendbureau uitliep.
De vernederingen die ons ten deel vallen, laten lelijke littekens achter op onze ziel. En in de alcohol vinden wij steeds minder troost. We kunnen ook niet zo veel meer op. De aanname dat het alleen maar erger zal worden lijkt me dan ook gerechtvaardigd.
zondag, november 19, 2006
Zondagmiddag Zaikenhoes
Vroeger was het een uitje: op zondagmiddag met je vader en moeder op bezoek bij oma die in het ziekenhuis lag. Koetjes en kalfjes, een bloemetje op het nachtkastje, een vrolijke zuster met yoghurt en vla, een leuke kaart van de buurvrouw en als je je verveelde ging je naar de kinderkamer waar allemaal boeken lagen die je thuis en in de bibliotheek niet had. Wanneer je daarvan terugkeerde in de zaal van je oma stonden de gezichten wel eens zorgelijk, maar dat was vast omdat er over politiek werd gepraat.
Anno 2006 is het harde zakelijkheid. Een leuk uitje is het niet te noemen: op zondagmiddag naar de Albert Heijn in het Academisch ziekenhuis omdat de yoghurt of vla op is. Er zijn nog wel zieken in dat ziekenhuis. Chagrijnig slepen ze hun infuus door de grote hal, bepaald niet hun best doend er iets gezelligs van te maken. Reden om er maar weer snel vandoor te gaan met de boodschappen, terug naar het gezonde leven.
Anno 2006 is het harde zakelijkheid. Een leuk uitje is het niet te noemen: op zondagmiddag naar de Albert Heijn in het Academisch ziekenhuis omdat de yoghurt of vla op is. Er zijn nog wel zieken in dat ziekenhuis. Chagrijnig slepen ze hun infuus door de grote hal, bepaald niet hun best doend er iets gezelligs van te maken. Reden om er maar weer snel vandoor te gaan met de boodschappen, terug naar het gezonde leven.
donderdag, november 16, 2006
Bij de overburen
maandag, november 13, 2006
Als ik niet schrijf word ik gek
dus schrijf ik
over een scheepswerf in Groningen
waar het ooit goed mee ging
maar nu niet meer
over een embryoloog
die op eigen houtje
zichzelf drie keer kloont
over mijn moeizame band met mijn moeder
die dement is
of dood
vuistdikke romans
over een scheepswerf in Groningen
waar het ooit goed mee ging
maar nu niet meer
over een embryoloog
die op eigen houtje
zichzelf drie keer kloont
over mijn moeizame band met mijn moeder
die dement is
of dood
vuistdikke romans
vrijdag, oktober 27, 2006
Van Venus noch Mars
Met kaartlezen moet ik de kaart meedraaien.
Ik kan en wil vaak niet luisteren.
Toch praat ik niet veel.
Ik kan niet lachen om de Sopranos
en ook niet om desperate housewives.
Ik kan niet fileparkeren.
Als ik ja zeg bedoel ik niet misschien
Ik lieg niet en koop niet te veel schoenen.
Ik heb wel een herenfiets
maar weinig ruimtelijk inzicht.
Ik kan en wil vaak niet luisteren.
Toch praat ik niet veel.
Ik kan niet lachen om de Sopranos
en ook niet om desperate housewives.
Ik kan niet fileparkeren.
Als ik ja zeg bedoel ik niet misschien
Ik lieg niet en koop niet te veel schoenen.
Ik heb wel een herenfiets
maar weinig ruimtelijk inzicht.
donderdag, oktober 26, 2006
Bonny schrijft
(een koelkastgedicht, dat wel)
prinses op perzik
slaap maar weg
neem morgen maar een koffie
of twee
prinses op perzik
slaap maar weg
neem morgen maar een koffie
of twee
Bonny leest
Nederland leest. Hartstikke mooi, want "van alle menselijke verworvenheden is het lezen de belangrijkste", om met Hella Haasse te spreken. Zij geeft toe dat het vuur en het wiel ook niet uit te vlakken zijn, maar toch zo van een geheel andere orde dan het lezen.
En met ons allen gaan we nu hetzelfde boek lezen. Gratis te verkrijgen bij de Openbare bibliotheek. Het boek heet Alstublieft! Dubbelspel. Althans dat dacht ik toen ik een exemplaar in handen had. Dat bleek echter een misvatting.
Krijg je een keer wat, zul je het weten ook.
maandag, oktober 02, 2006
Borstkanker
"Oktober is de maand van de borstkanker", hoor ik net op ontbijttv.
Daar schrik je toch wel even van. Wie bepaalt dat?
Ik had juist zo'n zin in oktober. Mooie bomen, mooie luchten, 's avonds lekker binnen zitten met een goed glas, precies waar ik aan toe ben.
Zul je zien dat er wordt aangebeld terwijl ik net lekker zit. Dat ik dan denk: hé leuk, gezelschap, misschien is het Coco wel, kunnen we samen zitten. Blijkt het een weldoener te zijn met een collectebus.
Ik had het prettiger gevonden als november borstkanker had gekregen en oktober, zeg, Rembrandt. Of filosofie.
Daar schrik je toch wel even van. Wie bepaalt dat?
Ik had juist zo'n zin in oktober. Mooie bomen, mooie luchten, 's avonds lekker binnen zitten met een goed glas, precies waar ik aan toe ben.
Zul je zien dat er wordt aangebeld terwijl ik net lekker zit. Dat ik dan denk: hé leuk, gezelschap, misschien is het Coco wel, kunnen we samen zitten. Blijkt het een weldoener te zijn met een collectebus.
Ik had het prettiger gevonden als november borstkanker had gekregen en oktober, zeg, Rembrandt. Of filosofie.
zondag, september 17, 2006
Naar Amerika
Ooit, zeg over een jaar of wat, gaan we, Corry en ik en wie mee wil, naar Amerika. Minstens eens per maand spreken we dat af. In Amerika kun je een huis bouwen. Dat willen we misschien wel. En als het mislukt, dan bouwen we ergens anders in Amerika weer een huis.
We zeggen Amerika, maar we bedoelen Hopperland. Of Canada. We weten het nog niet precies; alles moet nog uitgewerkt worden.
Wat gaan we daar doen? Dat staat ook nog niet vast. Er is iets waar we hier niet aan toekomen, we hopen dat daar te gaan doen. Ons leven zal zin krijgen. We zullen ons goed voelen met ruime natuur alom.
Corry wordt misschien wel boswachter. Of filosoof.
We zeggen Amerika, maar we bedoelen Hopperland. Of Canada. We weten het nog niet precies; alles moet nog uitgewerkt worden.
Wat gaan we daar doen? Dat staat ook nog niet vast. Er is iets waar we hier niet aan toekomen, we hopen dat daar te gaan doen. Ons leven zal zin krijgen. We zullen ons goed voelen met ruime natuur alom.
Corry wordt misschien wel boswachter. Of filosoof.
donderdag, augustus 03, 2006
Terug
De voordeur klemt nog steeds
Je hoopt toch op een wonder
De wasmachine draait, zucht
De buren zijn nu weg
Did I speak English?
Er is een nieuwe caissière
Fietsen, lang niet gedaan
Ik kan het nog
Heel goed zelfs
met mijn kont op het stuur
Ik ben een artiest
een stuntvrouw
Je hoopt toch op een wonder
De wasmachine draait, zucht
De buren zijn nu weg
Did I speak English?
Er is een nieuwe caissière
Fietsen, lang niet gedaan
Ik kan het nog
Heel goed zelfs
met mijn kont op het stuur
Ik ben een artiest
een stuntvrouw
maandag, mei 22, 2006
Ongedoucht naar het werk
Ik ben doodmoe. Wat heb ik een zin in slapen!
Ik ben te logeren bij Janavel, maar haar huis lijkt veel op het oude huis van mijn ouders.
"Nou", zegt Janavel, "je redt je wel hè? Ik ga ervandoor."
Tuurlijk red ik me wel. Kwestie van lampen uitdoen en naar bed gaan. En dan slapen, hmm.
Ik ga naar de hoek, druk op de schakelaar. De lamp gaat uit, maar tegelijkertijd gaat er een andere aan. Blijkbaar zijn er twee lampen met één schakelaar verbonden. Ik druk nog een keer. De tweede lamp gaat uit, een derde in een andere hoek springt aan. Een heel vreemd circuit. Zo ben ik, vechtend tegen de slaap, wel een half uur in de weer met schakelaars. Telkens floept er weer ergens een lamp aan en het is niet te voorspellen waar.
Dan is het, tot mijn verbazing, ineens donker. Het is gelukt! Ik mag naar bed. Ik ga de trap op naar de logeerkamer, kleed me uit, ga liggen. Wat een zaligheid. Ik sluit mijn ogen en zou net indommelen.
Gaat de wekker.
Dat kan toch niet waar zijn? denk ik eerst nog naïef.
Kan dus wel.
Dan mag ik toch zeker wel twee keer snoozen?
Ik ben te logeren bij Janavel, maar haar huis lijkt veel op het oude huis van mijn ouders.
"Nou", zegt Janavel, "je redt je wel hè? Ik ga ervandoor."
Tuurlijk red ik me wel. Kwestie van lampen uitdoen en naar bed gaan. En dan slapen, hmm.
Ik ga naar de hoek, druk op de schakelaar. De lamp gaat uit, maar tegelijkertijd gaat er een andere aan. Blijkbaar zijn er twee lampen met één schakelaar verbonden. Ik druk nog een keer. De tweede lamp gaat uit, een derde in een andere hoek springt aan. Een heel vreemd circuit. Zo ben ik, vechtend tegen de slaap, wel een half uur in de weer met schakelaars. Telkens floept er weer ergens een lamp aan en het is niet te voorspellen waar.
Dan is het, tot mijn verbazing, ineens donker. Het is gelukt! Ik mag naar bed. Ik ga de trap op naar de logeerkamer, kleed me uit, ga liggen. Wat een zaligheid. Ik sluit mijn ogen en zou net indommelen.
Gaat de wekker.
Dat kan toch niet waar zijn? denk ik eerst nog naïef.
Kan dus wel.
Dan mag ik toch zeker wel twee keer snoozen?
vrijdag, mei 12, 2006
Superbonny strikes again
Vanochtend was ik getuige van een ongeluk. Een niet oplettende, oude, corpulente man botste met zijn brommer op een jonge fietster. De overige aanwezigen op het kruispunt schrokken zich een hoedje, zo hard was de klap.
Met nog drie mensen probeerde ik de oude man overeind te hijsen, wat niet lukte, omdat hij nog half onder de brommer lag. Ik probeerde de brommer op te tillen, maar mens en machine lagen muurvast op de grond, elkaar gevangen houdend. Ik wist niet meer wat ik beet moest pakken of waar aan te sjorren en besloot mijn aandacht te verleggen naar de jonge vrouw.
"Hoe gaat het met jou?" vroeg ik, alsof ik de dienstdoende arts was die haar ronde deed langs de patiënten. Nu nog galmt die vraag vreemd na in mijn hoofd. Het zal hier niet zijn opgevallen. Ze was in shock en kon niet praten. Ze trilde. Ik schrok toen ik haar armen zag. Helemaal opengeschaafd, was mijn eerste indruk. Maar een tweede blik leerde mij dat ze psoriasis of een andere huidaandoening had. Gelukkig, dacht ik, niks aan de hand.
"Kun je verder?" vroeg ik.
Ze knikte.
"Sterkte vandaag" zei ik en ik gaf haar een klopje op de bovenarm. Ze glimlachte flauw door haar tranen heen.
Nu, zo thuis zittend, realiseer ik me dat ze beter opengeschaafd had kunnen zijn dan psoriasis hebben. Maar het was ook niet het moment om te zeggen: “hè wat vervelend, psoriasis, kan ik iets voor je doen?”
Ik had niet beter kunnen handelen. Op naar de volgende klus.
Met nog drie mensen probeerde ik de oude man overeind te hijsen, wat niet lukte, omdat hij nog half onder de brommer lag. Ik probeerde de brommer op te tillen, maar mens en machine lagen muurvast op de grond, elkaar gevangen houdend. Ik wist niet meer wat ik beet moest pakken of waar aan te sjorren en besloot mijn aandacht te verleggen naar de jonge vrouw.
"Hoe gaat het met jou?" vroeg ik, alsof ik de dienstdoende arts was die haar ronde deed langs de patiënten. Nu nog galmt die vraag vreemd na in mijn hoofd. Het zal hier niet zijn opgevallen. Ze was in shock en kon niet praten. Ze trilde. Ik schrok toen ik haar armen zag. Helemaal opengeschaafd, was mijn eerste indruk. Maar een tweede blik leerde mij dat ze psoriasis of een andere huidaandoening had. Gelukkig, dacht ik, niks aan de hand.
"Kun je verder?" vroeg ik.
Ze knikte.
"Sterkte vandaag" zei ik en ik gaf haar een klopje op de bovenarm. Ze glimlachte flauw door haar tranen heen.
Nu, zo thuis zittend, realiseer ik me dat ze beter opengeschaafd had kunnen zijn dan psoriasis hebben. Maar het was ook niet het moment om te zeggen: “hè wat vervelend, psoriasis, kan ik iets voor je doen?”
Ik had niet beter kunnen handelen. Op naar de volgende klus.
woensdag, mei 03, 2006
Weg met de liefdesliedjes
"Liefdesverdriet is heel naar. Wat kun je je slecht voelen. Maar met de dagen of de weken neemt dat slechte gevoel af in hevigheid. Na verloop van tijd doe je je dingen als voorheen en moet je het verdriet moedwillig opwekken om het nog te voelen. Als je er helemaal klaar mee bent, kun je je zelfs niet meer voorstellen hoe je je voelde. Het is weg en de herinnering eraan ook." Aldus Corry, ervaringsdeskundige.
Hoe vaak overkomt je zulk ernstig liefdesverdriet in je leven? Twee keer? Drie keer? Samen goed voor hooguit een half jaar aan ellende. Een half jaar op een mensenleven!Je bent langer aan het tandenpoetsen.
Zo bezien is het buitenproportioneel hoeveel liedjes er gaan over ongelukkige liefdes (80%). Alsof wij niets anders aan ons hoofd hebben. Zijn er al liedjes over burnouts, stamcelonderzoek, de nieuwe herfstmode, de driezitsbank, overgewicht of zelfs obesitas?
Liedjes over verrassende doch alledaagse onderwerpen zijn de leukste, zo luidt mijn stelling.
Goede voorbeelden:
1. So long, Frank Lloyd Wright (Simon and Garfunkel)
2. Short People (Randy Newman)
3. Paperback Writer (The Beatles)
Wie denkt er mee?
Hoe vaak overkomt je zulk ernstig liefdesverdriet in je leven? Twee keer? Drie keer? Samen goed voor hooguit een half jaar aan ellende. Een half jaar op een mensenleven!Je bent langer aan het tandenpoetsen.
Zo bezien is het buitenproportioneel hoeveel liedjes er gaan over ongelukkige liefdes (80%). Alsof wij niets anders aan ons hoofd hebben. Zijn er al liedjes over burnouts, stamcelonderzoek, de nieuwe herfstmode, de driezitsbank, overgewicht of zelfs obesitas?
Liedjes over verrassende doch alledaagse onderwerpen zijn de leukste, zo luidt mijn stelling.
Goede voorbeelden:
1. So long, Frank Lloyd Wright (Simon and Garfunkel)
2. Short People (Randy Newman)
3. Paperback Writer (The Beatles)
Wie denkt er mee?
Abonneren op:
Posts (Atom)
