zondag, oktober 05, 2008

Luo gij gui gen

Chinezen en humor, een zeldzame combinatie. Toen Nopi voorstelde naar een komische, Chinese film te gaan, zei ik (bijna) direct ja, dat wil ik meemaken.
Om te beginnen is daar de titel. Getting home. Waarom krijgen films uit niet-anglofone landen Engelse titels, die bovendien de oorspronkelijke titel niet vertalen? Zo kwam de Franse film 'A ma soeur!' in 2001 in Nederland uit onder de titel 'Fat Girl'. Waarrrommmm?
Getting home begint met gezuip. Een uitstekende keuze voor een komische film. Drank doet het altijd goed. Twee vrienden bezatten zich, eentje drinkt zich dood, waarop de ander, Zhao geheten, de dode blijft volgieten. So far so good.
Dan volgt een roadmovie aziatische stijl waarin de overlevende besluit uit vriendschap, schuldgevoel, gebrek aan levensdoel, weet ik het, de dode vriend naar huis te brengen, honderden kilometers verderop. Welgemoed zeult hij over de Chinese wegen met het lijk als een zak hooi over zijn schouders gedrapeerd. Minuut 53 pas krijgt er iemand het idee om Zhao te voorzien van een handkar. Dat is vooral grappig omdat dat zo laat gebeurt.
De ene na de andere bizarre ontmoeting dient zich aan, een diepzinnige samenhang pretenderend. Meer dan een opeenvolging van anekdotes wil het echter niet worden. Ik stel een verplichte cursus verteltechniek voor voor elke Aziaat die een film in het Westen wil uitbrengen.
Dieptepunt is de ochtend dat Zhao na een ongelukje met de traktorband ontwaakt bij een familie bijenhouders. Ja, zo kan ik het ook! Ook ontmoet Zhao nog de liefde van zijn leven met wie hij een buikspreekact opvoert in het armenhuis. Hij belooft zijn leven met haar te delen zodra hij zijn vriend heeft afgeleverd, maar vergeet haar adres te vragen. Zo gaan die dingen.
Tot slot is er de filmmuziek. Je denkt misschien dat het mierzoete getingeltangel dat je in Chinese restaurants hoort een kleine stroming is in China, een exportproduct waar de Chinezen zelf hun neus voor ophalen. Er komen toch niet voor niets zo veel piano- en vioolvirtuozen uit China? Dat laatste is een onoplosbaar mysterie. Nog nooit heb ik iets anders gehoord dan mierzoet gekweel.
Luo gij gui gen is een Chinees spreekwoord dat betekent: een vallend blad keert terug naar zijn wortels. Die wijsheid pikken we mee, de winst van deze film. Hadden ze de titel adequaat vertaald, dan hadden we genoeg gehad aan het affiche.

1 opmerking:

Minerva zei

Hè, toe, scheer ze nou niet allemaal over een schaap, die Aziatische filmmakers.

Bin Jip bijvoorbeeld (leuke naam voor een schaap trouwens) vind ik een mooi "verteld" verhaal.